Partneralimentatie

Wanneer je gaat scheiden heeft dat in Nederland nogal wat voeten in de aarde. Denk maar aan het regelen van de woonsituatie en verdeling van bezittingen. Mochten er kinderen zijn, dan moet daarnaast een regeling worden vastgesteld in een ouderschapsplan. Naast deze praktische zaken zal je ook moeten nadenken over de financiële zaken, zoals bijvoorbeeld eventuele partneralimentatie.

 

In de Nederlandse wet is een onderhoudsplicht vastgelegd. Echtgenoten en geregistreerde partners zijn verplicht elkaar financieel te onderhouden en ook hun kinderen tot hun 21e levensjaar als deze er zijn. Als er sprake is van een onderhoudsplicht dient er alimentatie betaald te worden. Alimentatie laat zich het best definiëren als een bijdrage in de kosten die iemand nodig heeft om te kunnen leven.

 

De grondslag voor partneralimentatie is te vinden in artikel 1:157 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

 

“De rechter kan bij de echtscheidingsbeschikking of bij latere uitspraak aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen”.

 

Wanneer echtgenoten dat samen afspreken, is het echter mogelijk om van de alimentatie af te zien. Beide moeten dan genoeg inkomsten hebben om van te kunnen leven.

 

De hoogte van de partneralimentatie moet na goed overleg tussen de echtelieden worden vastgesteld en is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de behoefte van degene die de alimentatie ontvangt en de draagkracht van degene die de alimentatie betaalt. De mate van welstand die de echtelieden gewend waren voor de scheiding speelt hierin een rol.

 

Ook de duur van de partneralimentatie kan onderling afgesproken worden. Elke duur is mogelijk, zolang beiden het maar met elkaar eens zijn. Wanneer er niks is afgesproken, is er een wettelijke regeling die de duur van de alimentatie bepaalt. Bij huwelijken ontbonden ná 1 januari 2020 is de duur van de alimentatie gelijk aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar. Bij huwelijken ontbonden vóór 1 januari 2020 en ná 1 juli 1994 is de duur maximaal 12 jaar.

 

Ten slotte is het goed om te weten dat partneralimentatie fiscaal aftrekbaar is als persoonsgebonden aftrekpost. Deze aftrekpost vermindert het inkomen uit werk en woning van box 1. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de hoogte van het belastbare inkomen. Sinds 2020 wordt de fiscale aftrekmogelijkheid stapsgewijs afgebouwd.

 

 

Geschreven door Fé Quarles