Met een tevreden glimlach op uw gezicht loopt u de winkel uit. Eindelijk heeft u een nieuwe telefoon gekocht. De eerste paar weken bent u ontzettend blij met uw aankoop, totdat de telefoon het plotseling begeeft. Wat u ook probeert, uw telefoon kan niet meer opgeladen worden. Enigszins teleurgesteld besluit u terug te gaan naar de winkel waar u de telefoon gekocht heeft. U hoopt dat zij de telefoon kunnen repareren of u een nieuwe kunnen aanbieden. Helaas komt u uiteindelijk van een koude kermis thuis; uw telefoon valt niet te repareren en als u een nieuw toestel wilt, zult u een flink bedrag moeten bijbetalen. 

Helaas komen dergelijke gevallen in het dagelijks leven vaak voor. Consumentenkopen verlopen nu eenmaal niet altijd vlekkeloos. Gelukkig bent u als consument goed beschermd in het consumentenrecht. In dit artikel zal uitgelegd worden welke rechten u als consument in een dergelijk geval heeft. 

Consumentenkoop (art. 7:5 lid 1 BW)
Allereerst is het van belang dat het daadwerkelijk om een consumentenkoop gaat, anders geldt het consumentenrecht niet. Er gelden drie vereisten. Ten eerste moet het gaat om de verkoop van een roerende zaak. Roerende zaken zijn – in tegenstelling tot onroerende zaken – zaken die verplaatsbaar zijn, zoals een stoel of een kast. Ten tweede dient de verkoper te handelen binnen het kader van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ten derde is het van belang dat de koper het product juist voor privédoeleinden koopt (als consument). Het kopen van een telefoon voor eigen gebruik is dus een consumentenkoop.

Conformiteit (art. 7:17 BW)
Vervolgens moet gekeken worden of het gekochte product aan de overeenkomst beantwoordt (conformiteit). Dit houdt in dat het product de eigenschappen moet hebben die nodig zijn voor normaal gebruik en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In de eerder geschetste situatie van de kapotte telefoon is er in ieder geval sprake van non-conformiteit. Een van de eigenschappen die u mag verwachten van een telefoon is dat deze opgeladen kan worden, zodat u de telefoon kunt gebruiken. U mag verwachten dat een telefoon gewoon goed werkt, zolang u er normaal mee omgaat. Nu dit niet het geval is, is er sprake van non-conformiteit. 

Er is echter geen sprake van non-conformiteit, in het geval dat u het product bijvoorbeeld zelf verkeerd heeft gebruikt, of wanneer het door verloop van de tijd is versleten.

Omgekeerde bewijslast (art. 7:18 lid 2 BW)
Komt u er binnen 6 maanden achter dat een product kapot is? Dan heeft u nog enigszins geluk. Als het product kapotgaat binnen 6 maanden, is er namelijk sprake van een omgekeerde bewijslast, ook wel het wettelijk bewijsvermoeden genoemd. Dit betekent dat ervan uit wordt gegaan dat het gebrek veroorzaakt is door de schuld van de verkoper. Vervolgens is het aan de verkoper om te bewijzen dat het niet zijn schuld, maar uw eigen schuld is dat het product kapot is. Zijn deze 6 maanden voorbij, dan ligt de bewijslast echter bij u en zult u zelf moeten bewijzen dat het niet uw eigen schuld was dat het product kapot is gegaan.

Klachtplicht (art. 7:23 BW)
Verder is het van belang dat u goed let op de klachtplicht. Dit houdt in dat de consument de plicht heeft om binnen een bepaalde termijn aan de verkoper te melden dat het product een gebrek heeft. De verkoper moet tijdig op de hoogte gesteld worden van het gebrek, anders kunt u de verkoper in principe niet meer aanspreken op de non-conformiteit van het product. 

Wat kunt u dan tenslotte doen indien er sprake is van non-conformiteit en u zich gehouden heeft aan de klachtplicht? Daar zullen wij volgende maand in een vervolg-artikel op terugkomen. 

Geschreven door Kelly Hoek en Hafida Sallouf