Het overgrote deel van de Nederlanders doet aan enige vorm van sport. Het is dan ook niet uitzonderlijk dat er met enige regelmaat lichamelijk letsel wordt opgelopen bij de uitoefening van een sport. In sommige gevallen is er zelfs sprake van ernstig letsel. Is dit het risico van het vak, of kan er wellicht iemand verantwoordelijk worden gehouden voor het letsel? In sommige gevallen kan dit, maar dit is niet vanzelfsprekend. In deze blog zal de aansprakelijk bij sport- en spelsituaties worden beschreven. 

Wanneer is er sprake van een sport en spelsituatie?

Bij sport- en spelsituaties geldt een verhoogde drempel van aansprakelijkheid. Er moet dus worden vastgesteld of er sprake is van een sport- of spelsituatie om aan deze drempel toe te komen. Als er sprake is van een sportieve gedraging, is er al snel sprake van een sportsituatie. Enkele voorbeelden zijn voetballen, hockeyen, schaatsen en tennissen. Bij een spelsituatie kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het survivallen met een gids. Als het niet helemaal duidelijk is of er sprake is van een sport- of spelsituatie, kan er worden gekeken naar elementen die kenmerkend zijn voor een spelsituatie. Ook als er sprake is van duidelijke spelregels wordt er snel aangenomen dat er sprake van een sport- of spelsituatie. Het is overigens niet vereist dat het slachtoffer zelf meedeed aan de sport of het spel. Een toeschouwer die letsel oploopt door iets wat binnen de sport of het spel gebeurt, kan ook onder de sport- en spelsituatieregeling vallen.  

Hoe wordt onrechtmatig handelen beoordeeld?

In het algemeen moet er in het geval van schade worden gekeken of er sprake is van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Hiervoor is vereist dat er sprake is van onrechtmatig handelen, wat schade veroorzaakt bij een ander, wat toerekenbaar is aan de dader en er moet een causaal verband bestaan tussen de handeling en de schade. Als aan deze vereiste wordt voldaan, moet er in beginsel schadevergoeding worden betaald aan het slachtoffer. 

Bij de sport- en spelsituaties ligt dit iets anders. Er is hier namelijk sprake van een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Bij het meedoen aan een sport hoort namelijk een bepaald eigen risico. 

Deelnemers aan een sport- of spelsituatie moeten in redelijkheid, tot op zekere hoogte, gevaarlijke, verkeerd getimede en/of slecht doordachte handelingen of gedragingen van elkaar verwachten, als deze voortkomen uit het spel of de sport. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat bij een voetbalwedstrijd een tackle wordt gemaakt met de intentie om de bal af te pakken, maar dat de tegenstander hierbij geblesseerd raakt. Als dit gebeurt zou het onredelijk zijn om degene die de tackle maakt verantwoordelijk te houden voor de schade. Zulke situaties horen nou eenmaal bij de sport, waardoor er niet gesproken kan worden van een onrechtmatige daad. 

Binnen een sport- en spelsituatie zal dus minder snel een onrechtmatige daad worden aangenomen dan daarbuiten. Het ‘’op zeer grove wijze inbreuk maken op de spelregels’’ kan echter wél als onrechtmatig handelen worden gezien, wat dan buiten de sport- en spelsituatie valt. 

Kan een organisator van een sport of spel aansprakelijk worden gesteld?

In sommige gevallen kan de organisator van een sport- of spelsituatie aansprakelijk worden gehouden voor het opgelopen letsel. Omdat organisatoren zich in de positie bevinden om bepaalde veiligheidsmaatregelen te treffen, worden er aan hen strengere eisen gesteld dan de normen die tussen de deelnemers onderling gelden. De organisatoren hebben een bepaalde zorgplicht. Wanneer een survivalgids het nalaat om helmen uit te delen aan de deelnemers, en er valt iemand en loopt hoofdletsel op, kan deze organisator aansprakelijk worden gehouden, ook al is er sprake van een spelsituatie. 

Conclusie 

Ook al geldt er een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel bij sport- en spelsituaties, is het mogelijk om de veroorzaker van het letsel aansprakelijk te stellen. Veel zal daarbij afhangen van de omstandigheden van het geval, zoals de gedraging, de specifieke sport en de daarin geldende spelregels, het bewijs en de mate van eventuele eigen schuld bij het slachtoffer.

Geschreven door Jeroen Jansen


Nawid Fakiri

Nawid Fakiri

Namens de Raad van Toezicht.